Doorstromers

Verhuist een klant met een lopende hypotheek naar een nieuwe koopwoning? Dan heeft hij de volgende mogelijkheden:

  • De klant neemt de basisrente van zijn hypotheek mee naar de nieuwe hypotheek voor de rentevaste periode die overblijft. Dit noemen we de Verhuisregeling.

  • De klant neemt zijn hypotheekvorm mee.

  • De klant neemt zijn basisrente én zijn hypotheekvorm mee.

  • De klant sluit een nieuwe hypotheek af met een nieuwe rentevaste periode en een andere hypotheekvorm.

In alle situaties sluit de klant een nieuwe hypotheek af voor de nieuwe woning.  Als de klant zijn oude woning verkoopt, lost hij zijn oude hypotheek af. 

Hypotheekrente meenemen via de Verhuisregeling
  • Neemt de klant bij zijn verhuizing de hypotheekrente mee? Dan blijft de basisrente staan tot het einde van de rentevaste periode. De klant kan deze basisrente meenemen voor maximaal de uitstaande schuld van de oude hypotheek. Dit noemen wij de Verhuisregeling.

  • Ook als de klant zijn hypotheekrente (vaste basisrente) meeneemt, behandel je de aanvraag als een nieuwe hypotheekaanvraag. Je kijkt opnieuw naar de kortingen en opslagen die van toepassing zijn. De rente die de klant voor de nieuwe hypotheek gaat betalen is daarnaast afhankelijk van de tariefklasse, de verhouding tussen de nieuwe hypotheekschuld en de waarde van de nieuwe woning (loan-to-value) en de hypotheekvorm die de klant kiest.

  • De klant kan zijn hypotheekrente (vaste basisrente) alleen meenemen als hij al een hypotheek heeft bij ABN AMRO en de nieuwe hypotheek ook bij ABN AMRO afsluit. Het type hypotheek moet dan hetzelfde zijn. De klant kan bijvoorbeeld geen gebruik maken van de Verhuisregeling als de oude hypotheek een Woning Hypotheek was en de nieuwe hypotheek een Budget Hypotheek (of andersom). 

  • Nadat de klant zijn oude hypotheek heeft afgelost, moet er binnen drie maanden (Budget Hypotheek) of zes maanden (Woning Hypotheek) een renteaanbod worden uitgebracht voor de nieuwe hypotheek.

Neemt de klant zijn hypotheekvorm mee?
  • Wil de klant als hij verhuist zijn hypotheekvorm meenemen? Bekijk dan opnieuw welke mogelijkheden hij heeft op basis van zijn inkomen en de waarde van zijn nieuwe woning, voordat je de nieuwe hypotheek afsluit. Bekijk ook of de klant zijn hypotheekvorm onveranderd mee kan nemen.

  • Heeft de klant nu een (deels) Aflossingsvrije Hypotheek en/of een hypotheek met daaraan gekoppeld een onzeker opbouw product (hierna samen ‘aflossingsvrij’ genoemd)? Dan kan hij deze hypotheekvormen niet automatisch meenemen. De klant mag maximaal 50% van de waarde van de nieuwe woning aflossingsvrij lenen. Heeft de klant nu een groter aflossingsvrij hypotheekdeel? Dan moet hij voor het overige deel een andere hypotheekvorm kiezen. In bepaalde situaties kunnen wij hiervan afwijken. Zie hiervoor de Kredietgids. Let op: per 1 juni 2026 verandert ons beleid. Voor nieuwe hypotheken geldt vanaf deze datum dat de aflossingsvrije hypotheek maximaal 30% van de woningwaarde mag bedragen, waarbij een maximaal aflossingsvrij bedrag van toepassing is dat gekoppeld is aan de waarde van de woning. Voor bestaande klanten verandert er in de meeste gevallen niets: zij behouden de mogelijkheid om tot 50% van de woningwaarde aflossingsvrij te herfinancieren.

  • Heeft de klant voor zijn nieuwe koopwoning een hogere hypotheek nodig? Dan sluit je daarvoor een nieuw leningdeel of nieuwe leningdelen af. Hiervoor gelden dan de actuele rentetarieven en de hypotheekvormen die we op dat moment aanbieden.

Overige mogelijkheden

De klant kan tijdelijk twee hypotheken hebben: één voor de woning die hij al heeft en één voor zijn nieuwe woning. Bij de nieuwe hypotheekaanvraag toets je of de klant de dubbele hypotheeklasten kan betalen. Het bewijs hiervan upload je als document in Track & Trace. Zie ook de Kredietgids.

Heeft de klant al een nieuwe woning gekocht, maar zijn oude woning nog niet verkocht of overgedragen aan de nieuwe eigenaar? Dan kan hij een Overbruggingslening afsluiten als de marktwaarde van de woning voldoende is volgens ons kredietbeleid.

Met een Overbruggingslening gebruikt de klant de verwachte overwaarde als hij een nieuwe woning koopt. Zodra hij zijn woning definitief heeft verkocht en overgedragen, betaalt hij de Overbruggingslening terug.

Is de verkoopprijs van de woning lager dan de hypotheek op het moment dat de klant de woning verkoopt? Dan is er sprake van restschuld. Klanten kunnen deze restschuld terugbetalen via het rekeningnummer dat op de aflosnota staat.

Als de klant zijn woning verkoopt tegen een hoger bedrag dan de uitstaande hypotheekschuld, is er sprake van overwaarde. De klant krijgt dan te maken met de bijleenregeling. Daardoor mag de klant mogelijk niet alle (hypotheek)rente aftrekken als hij een nieuwe woning koopt. Dit is het geval als hij de overwaarde niet gebruikt om de hypotheekschuld te verlagen of zijn woning te verbouwen of verbeteren.

Kijk voor meer informatie over de bijleenregeling op de website van de Belastingdienst.

Koopt de klant eerst een nieuwe woning en krijgt hij zijn oude woning niet snel verkocht? Dan kan hij misschien in de tussentijd zijn oude woning verhuren via de Leegstandswet. Hieraan zijn regels verbonden vanuit zowel de overheid als de bank.

Handige links