29 april 2019

Sector update Bouw - Bouwsector in rustiger vaarwater

Op 29 april 2019 publiceerde het ABN AMRO Economisch Bureau een nieuwe Sector update Bouw. Hieronder vind je de inleiding tot het artikel.

Zowel de Nederlandse economie als de woningmarkt komen in rustiger vaarwater. Dit heeft gevolgen voor de bouwsector, die zal naar verwachting in 2019 en 2020 minder hard groeien. Bouwondernemers blijven desondanks positief. Het ondernemersvertrouwen is hoog, maar is de afgelopen kwartalen niet verder gestegen. Het ondernemersvertrouwen in de bouw ligt nog een stuk hoger dan in Nederland als geheel.
 

Orderportefeuille stabiliseert op hoog niveau

De orderportefeuille van bouwers bevindt zich op een zeer hoog niveau. In januari 2019 bedroeg de orderportefeuille 9,9 maanden. De afgelopen maanden schommelde de orderportefeuille rond de 10 maanden. Zowel de orderportefeuille van woningbouwers (11,8 maanden) als die van utiliteitsbouwers (9,9 maanden) bevindt zich op een zeer hoog niveau. De orderportefeuille van bouwers actief in de grond-, wegen- en waterbouw (gww) steekt hierbij wat mager af, maar is de afgelopen tijd wel flink toegenomen. In januari bedroeg de orderportefeuille 7,9 maanden. De wegenbouwers hebben voor 6,6 maanden werk, terwijl de grond- en waterbouwers voor 9,2 maanden werk hebben. De orderportefeuille van de installateurs daalde in november 2018 licht van 8,3 naar 7,9 maanden, maar bevindt zich ook op een hoog niveau. Ook de orderportefeuille van architecten liep in november wat terug, van 5,4 naar 5 maanden. De orderportefeuille van ingenieurs steeg verder, van 5,4 naar 5,8 maanden. De orderportefeuille van de hout- en bouwmaterialenindustrie laat begin 2019 een flinke opleving zien. In maart 2019 kwam de orderportefeuille uit op 4,5 maanden. Die is voor de hout- en bouwmaterialenindustrie niet eerder zo hoog geweest.

Vooral woningtekort in grote steden in 2030

Niet overal zal er in 2030 sprake zijn van een woningtekort. Veel gemeenten aan de randen van Nederland hebben in 2030 een woningoverschot. Het grootste woningoverschot zal in de gemeente Kerkrade ontstaan. Daar zijn dan 1.454 woningen te veel. Daarna volgen de gemeentes Heerlen en Sluis. In grote delen van Nederland is in 2030 sprake van een woningtekort. Ook in delen van Groningen, Friesland, Limburg en Zeeland (krimpgebieden) ontstaat een woningtekort. Dit is meestal geconcentreerd rond de grotere steden (Groningen, Maastricht, Middelburg). Uiteindelijk zijn Friesland en Zeeland de enige provincies waar in 2030 sprake is van een woningoverschot. Alle andere provincies kennen als geheel een woningtekort. Opvallend is dat in de provincies Drenthe en Limburg, waar veel krimpgebieden zijn, het absolute woningtekort groter zal zijn dan in Flevoland. Een provincie met een jonge bevolking en de aantrekkingskracht van de nabijheid van Amsterdam.

Minder bouw nieuwe woningen, vooral in stedelijke gebieden

De bouw van nieuwe woningen loopt de komende jaren terug, ondanks het oplopende woningtekort. Het aantal afgegeven vergunningen daalde in 2018 met 5,7 procent. Niet geheel toevallig worden de meeste woningen de komende tijd in de grote steden gebouwd, waar het woningtekort het grootst is. In 2018 werden de meeste vergunningen voor nieuwe woningen afgegeven in Den Haag en Amsterdam. In beide steden betreft het in meerderheid vergunningen voor nieuwe huurwoningen. Deze steden worden op de voet gevolgd door Utrecht, Groningen, Almere en Rotterdam. Ook in Noord-Brabant trekken de grote steden de kar. De meeste vergunningen zijn daar afgegeven in Breda, Eindhoven Tilburg en Den Bosch. In de twee zuidelijke provincies zijn in 2018 relatief weinig vergunningen afgegeven. Uitzondering is Maastricht, waar vooral vergunningen voor nieuwe koopwoningen zijn afgegeven. In Friesland en Drenthe zijn vooral veel vergunningen in Heerenveen en Assen afgegeven. Ook hier is de trend dus zichtbaar dat de grotere steden de meeste aantrekkingskracht hebben. Buiten de Randstad en de grote steden in de rest van het land is er een concentratie van woningbouw te zien in de regio Apeldoorn, Ede, Barneveld. Daar worden vooral koopwoningen gebouwd.

In de grote steden worden relatief veel nieuwe huurwoningen gebouwd. Daar zie je dat er meer vergunningen voor nieuwe huurwoningen dan voor koopwoningen worden afgegeven. Gemeentes proberen dus hun woningvoorraad zo goed mogelijk aan te laten sluiten op de vraag. Uitzondering is Rotterdam waar relatief weinig nieuwe huurwoningen worden gebouwd. Daarentegen zijn er nog veel gemeentes waar de komende tijd helemaal geen huurwoningen worden gebouwd, omdat daar geen vergunningen voor zijn afgegeven. Dit is het geval in de provincie Groningen, Zeeland en Limburg. De huurwoningen in deze provincies nog worden gebouwd staan meestal in de grotere steden. Afgezien van de grotere steden zijn dit ook gebieden waar minder jongeren naartoe verhuizen die vaker in een huurwoning gaan wonen.

Lees het complete artikel



Meer economisch nieuws

Met ons samenwerkende intermediairs kunnen terecht in ons archief met relevante analyses. (login nodig!)

Geen login? Economisch nieuws rechtstreeks in uw mail ontvangen? Bezoek dan ABN AMRO Insights':